CENTER FOR DISPUTE RESOLUTION

verhoor van deskundigen, en/of pleidooien.  Bij afwezigheid van een dergelijk verzoek, zal het scheidsgerecht beslissen of een dergelijke zitting zal plaatsvinden, dan wel of de procedure zal verlopen op basis van geschriften of andere stukken, en dit onverminderd artikel 28.

 

4. Alle mededelingen aan het scheidsgerecht door een partij zullen door die partij tevens gericht worden aan de overige partijen.  Dergelijke mededelingen aan de overige partijen zullen tegelijkertijd gebeuren, tenzij indien het scheidsgerecht op deze regel een afwijking toestaat, voor zover toelaatbaar onder het toepasselijk recht.

 

5. Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een partij of van een derde-belanghebbende, aan een of meer derden toelaten tussen te komen in de arbitrageprocedure als partij, op voorwaarde dat die derde of derden partij zijn of worden bij de arbitrageovereenkomst, tenzij het

 

 

 

Voorlopige maatregelen

 

Artikel 26

 

1. Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een partij, voorlopige maatregelen bevelen (met uitzondering van een bewarend beslag).

 

2. Een voorlopige maatregel is een tijdelijke maatregel waarbij, op enig moment voorafgaand aan het wijzen van de einduitspraak, het scheidsgerecht een partij beveelt om, bij wege van exemplatieve en niet-limitatieve opsomming:

 

(a) Een toestand zoals bestaande tijdens de instaatstelling of de beslechting van het geschil te handhaven of te herstellen;

(b) Een handeling te stellen gericht op het vermijden van, of zich te onthouden van enige handeling die zou kunnen leiden tot (i) bestaand of dreigend nadeel of hinder of (ii) ondermijning, verstoring of bemoeilijking van de arbitrageprocedure;

(c) Een zekerheid te verschaffen met het oog op waarborging van daadwerkelijke uitvoering van de arbitrale uitspraak;

(d) Bewijsmateriaal te bewaren dat relevant kan zijn voor de beslechting van het geschil.

 

3. De partij die een voorlopige maatregel krachtens lid 2 (a) tot (c) vordert, dient het scheidsgerecht ervan te overtuigen dat:

 

(a) een moeilijk te herstellen nadeel zich waarschijnlijk zal voordoen indien de maatregel niet bevolen wordt, en dat zulk nadeel aanzienlijk zwaarder is dan het nadeel dat waarschijnlijk berokkend zal worden ten aanzien van de partij tegen wie de maatregel gericht is, in het geval de maatregel zou worden toegekend; en

(b) de vordering van de partij die de voorlopige maatregel verzoekt, heeft, wat de grond van de zaak betreft, een redelijke slaagkans.  De beoordeling van dit element door het scheidsgerecht, heeft niet noodzakelijkerwijze enig gevolg voor de latere beoordeling door het scheidsgerecht.

 

4. Met betrekking tot een verzoek om een voorlopige maatregel krachtens lid 2 (d), vinden de vereisten van leden 3 (a) en (b) slechts toepassing in de mate waarin het scheidsgerecht dit passend acht.

 

5. Het scheidsgerecht kan voorlopige maatregelen die het heeft bevolen wijzigen, opschorten of beëindigen, op verzoek van een partij of, in uitzonderlijke omstandigheden en na voorafgaande kennisgeving aan de partijen, op eigen initiatief.

 

6. Het scheidsgerecht kan vereisen dat de partij die om een voorlopige maatregel verzoekt, een passende zekerheid stelt in verband met de maatregel.

 

7. Het scheidsgerecht kan vereisen dat iedere partij onverwijld melding maakt van enige substantiële wijziging in de omstandigheden op basis waarvan de voorlopige maatregel werd gevorderd of bevolen.

 

8. De partij die een voorlopige maatregel vordert, kan aansprakelijk worden gesteld voor de kosten en schade berokkend door de maatregel aan enige partij, indien het scheidsgerecht later oordeelt dat, in de omstandigheden zoals zij destijds bestonden, de maatregel niet had mogen worden bevolen.  Het scheidsgerecht kan uitspraak doen over de vergoeding van zulke kosten en schade op onverschillig welk ogenblik tijdens de procedure.

 

9. Een vordering strekkende tot het bekomen van voorlopige maatregelen aanhangig gemaakt door een partij bij een overheidsrechter, is niet onverenigbaar met de overeenkomst het geschil te onderwerpen aan arbitrage en geldt evenmin als afstand van die overeenkomst.

 

10. Het scheidsgerecht kan geen schriftonderzoek bevelen noch beslissen over een betwisting betreffende de overlegging van stukken of over de beweerde valsheid van stukken.  In dit geval geeft het aan partijen gelegenheid om zich binnen een bepaalde termijn tot de rechtbank van eerste aanleg te wenden, onverminderd toepassing van artikel 30, lid 3.  Voor zover de wet het toestaat, verzaken de partijen aan de toepassing van artikel 1696, lid 6 van het Gerechtelijk Wetboek, luidens hetwelk de termijnen van het geding van rechtswege worden geschorst tot aan de dag waarop aan het scheidsgerecht door de meest gerede partij van de eindbeslissing in het tussengeschil van de rechtbank van eerste aanleg kennis is gegeven.

 

Bewijs

 

Artikel 27

 

1. Elke partij draagt de bewijslast aangaande de feiten die zij inroept ter ondersteuning van haar vordering of verweer.

 

2. Eenieder kan verzocht worden door de partijen om op te treden als getuige of deskundige voor het scheidsgerecht, met betrekking tot enige kwestie aangaande de feiten of een specifiek kennisdomein, ongeacht of die persoon een partij is bij de arbitrage of op enige wijze verbonden is met een partij.  Tenzij het scheidsgerecht het anders beveelt, mogen getuigenverklaringen, met inbegrip van verklaringen van deskundigen, worden voorgebracht in de vorm van een geschrift ondertekend door de getuige.

 

3. Op elk moment tijdens de arbitrale procedure kan het scheidsgerecht vereisen dat de partijen documenten, stukken of andere bewijselementen voorleggen binnen een termijn zoals bepaald door het scheidsgerecht.

 

4. Het scheidsgerecht beoordeelt de toelaatbaarheid, de bewijskracht en bewijswaarde van het voorgelegde bewijs.

 

Zittingen

 

Artikel 28

 

1.  In beginsel wordt in iedere zaak een inleidingszitting zoals bedoeld in artikel 17, lid 2, en een pleitzitting georganiseerd.  Zonder afbreuk te doen aan artikel 17, lid 2, wordt het geding slechts schriftelijk gevoerd, indien partijen zulks zijn overeengekomen of indien zij hebben verzaakt aan pleidooien, tenzij indien het scheidsgerecht de organisatie van een pleitzitting noodzakelijk acht.  Indien een zitting wordt georganiseerd, zal het scheidsgerecht de partijen tijdig inlichten van de datum, het tijdstip en de plaats ervan.

 

2. Getuigen, met inbegrip van deskundigen, kunnen worden gehoord en ondervraagd door het scheidsgerecht op de wijze bepaald door het scheidsgerecht.

 

3. Zittingen zijn niet openbaar, tenzij de partijen anders overeenkomen. Het scheidsgerecht kan vereisen dat een getuige of getuigen, met inbegrip van deskundigen, de zittingszaal verlaat tijdens de verklaring van andere getuigen, tenzij indien de getuige, met inbegrip van een deskundige, tevens een procespartij is, in welk geval hij in beginsel niet verzocht zal worden de zittingszaal te verlaten.

 

4. Het scheidsgerecht kan bevelen dat getuigen, met inbegrip van deskundigen, gehoord worden aan de hand van telecommunicatiemiddelen waardoor hun fysieke aanwezigheid ter zitting niet vereist is (zoals videoconferentie).

 

5. Eenieder die aanwezig is tijdens een zitting, zal zich waardig gedragen, met respect voor het recht van eenieder om zijn standpunt uiteen te zetten.  Wie zich door woorden, gebaren of anderszins tijdens een zitting kennelijk onwaardig gedraagt, en geen gevolg geeft aan een aanmaning van het scheidsgerecht om daaraan een einde te stellen, kan door het scheidsgerecht het recht op toegang tot de zittingszaal, evenals het domein waarin deze zich bevindt, ontzegd worden, onverminderd het recht van het scheidsgerecht om daaraan enigerlei ander passend gevolg te verbinden.

 

Deskundigen aangesteld door het scheidsgerecht

 

Artikel 29

 

1. Na raadpleging van de partijen, mag het scheidsgerecht één of meerdere onafhankelijke deskundigen aanstellen met het oog op het opstellen van een geschreven verslag over specifieke punten te bepalen door het scheidsgerecht.  Een kopie van de opdracht van de deskundige, zoals opgesteld door het scheidsgerecht, wordt aan de partijen meegedeeld.

 

2. De deskundige zal, in beginsel vooraleer zijn opdracht te aanvaarden, aan het scheidsgerecht en aan de partijen een beschrijving mededelen van zijn kwalificaties, evenals een verklaring van onafhankelijkheid en onpartijdigheid.  Binnen de termijn bepaald door het scheidsgerecht, zullen de partijen het scheidsgerecht mededelen of zij enig bezwaar hebben tegen de deskundige, zijn kwalificaties of zijn verklaring van onafhankelijkheid en onpartijdigheid.  Het scheidsgerecht beslist onverwijld of dergelijke bezwaren aanvaard of verworpen worden.  Na de aanstelling van een deskundige, mag een partij enkel bezwaar indienen tegen een deskundige, zijn kwalificaties, onafhankelijkheid of onpartijdigheid, voor zover dit bezwaar gesteund is gronden waarvan de partij kennis kreeg na de aanstelling.  Het scheidsgerecht beslist onverwijld of daaraan enig gevolg dient te worden verleend en zo ja hetwelk.

 

3. De partijen verstrekken de deskundige alle relevante informatie en leggen alle relevante documenten of stukken voor die de deskundige opvraagt.  Het scheidsgerecht doet uitspraak over enig geschil tussen een partij en de deskundige met betrekking tot de relevantie van de gevraagde informatie of met betrekking tot de gevraagde voorlegging.

 

4. Bij ontvangst van het verslag van de deskundige, deelt het scheidsgerecht een kopie van het verslag aan de partijen mede, die de gelegenheid krijgen om schriftelijk standpunt in te nemen aangaande het verslag.  De partijen zijn gerechtigd alle documenten te onderzoeken waar de deskundige zijn verslag op steunt.

 

5. Op verzoek van een partij mag de deskundige, na de indiening van zijn verslag, gehoord worden tijdens een zitting waar de partijen aanwezig mogen zijn en de deskundige mogen ondervragen.  Tijdens deze zitting mag een partij tevens een deskundige die zij geraadpleegd heeft aan het woord laten, teneinde hem te laten getuigen over de punten aan de orde, na de overige partijen en het scheidsgerecht vooraf te hebben ingelicht over haar voornemen een door haar aangestelde deskundige te laten getuigen.  De bepalingen van artikel 28 vinden toepassing op deze zitting.

 

Verstek en andere vormen van verzuim

 

Artikel 30

 

1. Indien, binnen de termijn bepaald door dit Reglement of door het scheidsgerecht, zonder geldige reden:

 

(a) De eiser heeft nagelaten zijn memorie mede te delen, beveelt het scheidsgerecht de sluiting van de arbitrageprocedure, tenzij (i) er nog kwesties te beslechten zijn waarover het scheidsgerecht meent dat het passend is een oordeel te wijzen, of tenzij (ii) de wederpartij om een uitstel verzoekt, of tenzij (iii) het scheidsgerecht oordeelt dat de termijnoverschrijding gering is, zodat het procesverloop niet daadwerkelijk verstoord werd en er aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 32;

 

(b) De verweerder heeft nagelaten zijn antwoord op de kennisgeving van arbitrage of zijn memorie mede te delen, beveelt het scheidsgerecht de voortzetting van de procedure, tenzij de wederpartij verzoekt de zaak uit te stellen, zonder dat een dergelijk nalaten als zodanig zal worden beschouwd als een erkenning van de aanspraken van de wederpartij; deze bepaling vindt tevens toepassing wanneer een eiser nalaat te antwoorden op een tegenvordering of een vordering strekkende tot schuldvergelijking.  Indien het scheidsgerecht oordeelt dat de termijnoverschrijding gering is, zodat het procesverloop niet daadwerkelijk verstoord werd, kan er aanleiding bestaan tot toepassing van artikel 32.

 

2. Indien een partij, na behoorlijk in kennis te zijn gesteld overeenkomstig dit Reglement, niet verschijnt tijdens een zitting, zonder een geldige reden voor een dergelijk verzuim, kan het scheidsgerecht de arbitrageprocedure voortzetten, tenzij de wederpartij verzoekt de zaak uit te stellen.

 

3. Indien een partij, na behoorlijk te zijn uitgenodigd door het scheidsgerecht om documenten, stukken of andere bewijselementen voor te leggen, nalaat zulks te doen binnen de gestelde termijn, zonder een geldige reden voor een dergelijk verzuim, kan het scheidsgerecht een uitspraak wijzen rekening houdend met het beschikbare bewijs.

 

scheidsgerecht oordeelt, na alle partijen en de betrokken derde of derden de mogelijkheid te hebben geboden te worden gehoord, dat de tussenkomst dient te worden geweigerd omwille van een nadeel voor enige van de partijen.  Het scheidsgerecht kan één uitspraak of meerdere uitspraken wijzen met betrekking tot alle partijen bij de arbitrage betrokken.  De tussenkomst van enige derde is alleszins afhankelijk van de instemming van het scheidsgerecht, dat hierover bij eenparigheid uitspraak doet.

 

Plaats van arbitrage

 

Artikel 18

 

1. Indien de partijen niet voorheen overeenstemming bereikt hebben over de plaats van arbitrage, wordt die plaats bepaald door het scheidsgerecht, rekening houdend met de omstandigheden van het geval. De uitspraak wordt geacht te zijn gewezen op de plaats van arbitrage, behalve indien de uitspraak een plaats vermeldt waar zij werd gewezen die niet de plaats van de arbitrage is.  Indien de leden van het scheidsgerecht zich op het moment van ondertekening van de uitspraak op verschillende locaties bevinden, wordt de uitspraak geacht te zijn gewezen op de plaats van arbitrage, tenzij de voorzitter van het scheidsgerecht een andere plaats vermeldt waar hij de uitspraak heeft ondertekend, in welk geval de uitspraak wordt geacht te zijn gewezen op die plaats.

 

2. Het scheidsgerecht kan samenkomen op elke plaats die het geschikt acht voor beraadslagingen.  Tenzij anders is overeengekomen door de partijen, kan het scheidsgerecht ook samenkomen op elke plaats die het geschikt acht voor enig ander doel, met inbegrip van pleitzittingen.  Beraadslaging van het scheidsgerecht kan plaatsvinden middels een vergadering in een bepaalde locatie, maar ook door gebruik van enig communicatiemiddel dat het scheidsgerecht passend acht.

 

Taal

 

Artikel 19

 

1. Tenzij de partijen overeenstemming hebben bereikt over de taal van de arbitrage, zal het scheidsgerecht onverwijld na zijn samenstelling de taal of talen bepalen die in de procedure zullen worden gebruikt.  Die bepaling vindt toepassing op de memorie van de eiser, de memorie van de verweerder, eventuele aanvullende memories, evenals op de pleidooien indien een pleitzitting wordt georganiseerd.

 

2. Het scheidsgerecht kan bevelen dat documenten gevoegd als stavingstuk bij de memorie van de eiser of bij de memorie van de verweerder, of aanvullende stavingstukken, voorgelegd in de loop van de procedure in hun oorspronkelijke taal, vergezeld worden van een vertaling in de taal of talen waarover de partijen overeenstemming bereikten, dan wel bepaald door het scheidsgerecht.

 

Memorie van de eiser

 

Artikel 20

 

1. De eiser deelt zijn memorie schriftelijk mede aan de verweerder en aan elk van de arbiters, binnen de termijn die wordt bepaald door het scheidsgerecht. De eiser mag ervoor kiezen om zijn kennisgeving van arbitrage als bedoeld in artikel 3 tevens te doen gelden als memorie, op voorwaarde dat de kennisgeving van arbitrage ook voldoet aan de vereisten van leden 2 tot 4 van dit artikel.

 

2. De memorie van de eiser bevat de volgende gegevens:

 

(a) De namen en contactgegevens van de partijen;

(b) Een uiteenzetting van de feiten ter ondersteuning van de vordering;

(c) De twistpunten (tenzij zij reeds vervat liggen in de uiteenzetting in feite of het betoog in rechte);

(d) De juridische middelen of argumenten ter ondersteuning van de vordering.

(e) Het voorwerp van de vordering;

 

3. Een kopie van enig contract of een ander juridisch instrument waar het geschil uit voortvloeit of waar het verband mee houdt, evenals van de arbitrageovereenkomst, wordt bij de memorie van de eiser gevoegd.

 

4. Bij de memorie van de eiser worden, in de mate van het mogelijke, alle stukken gevoegd waar de eiser op steunt.  Minstens bevat de memorie daar verwijzingen naar.  Het scheidsgerecht kan vragen dat die verwijzingen worden vervangen door papieren en/of elektronische kopieën.

 

Memorie van de verweerder

 

Artikel 21

 

1. De verweerder deelt zijn memorie schriftelijk mede aan de eiser en aan elk van de arbiters, binnen de termijn die wordt bepaald door het scheidsgerecht.  De verweerder mag ervoor kiezen om zijn antwoord op de kennisgeving van arbitrage als bedoeld in artikel 4 tevens te doen gelden als memorie, op voorwaarde dat het antwoord op de kennisgeving van arbitrage ook voldoet aan de vereisten van lid 2 van dit artikel.

 

2. De memorie van de verweerder antwoordt op de gegevens (b) tot (e) van de memorie van de eiser (art. 20, lid 2).  Bij de memorie van de verweerder worden, in de mate van het mogelijke, alle stukken gevoegd waar de verweerder op steunt.  Minstens bevat de memorie daar verwijzingen naar.  Het scheidsgerecht kan vragen dat die verwijzingen worden vervangen door papieren en/of elektronische kopieën.

 

3. De verweerder mag in zijn memorie, of in een later stadium van de arbitrale procedure indien het scheidsgerecht beslist dat de vertraging gerechtvaardigd was in het licht van de omstandigheden van de zaak, een tegenvordering instellen of zich beroepen op schuldvergelijking, op voorwaarde dat zulks binnen de bevoegdheid van het scheidsgerecht valt.

 

4. De bepalingen van artikel 20, leden 2 tot 4, vinden toepassing op een tegenvordering, een vordering op grond van artikel 4, lid 2 (f), evenals op een vordering ingesteld met het oog op schuldvergelijking.

 

Wijzigingen van de vordering of het verweer

 

Artikel 22

 

In de loop van de arbitrage kan een partij haar vordering of verweer wijzigen of aanvullen, met inbegrip van het instellen van een tegenvordering of een vordering strekkende tot schuldvergelijking, tenzij het scheidsgerecht oordeelt dat een dergelijke vordering ontoelaatbaar is gelet op de vertraging van de procesgang die – of het nadeel voor andere partijen dat – daarvan het gevolg zou zijn, of gelet op andere omstandigheden.  Een vordering of verweer, met inbegrip van een tegenvordering of een vordering strekkende tot schuldvergelijking, mag evenwel niet worden gewijzigd of aangevuld derwijze dat zij buiten de bevoegdheid van het scheidsgerecht valt.

 

Middelen aangaande de bevoegdheid van het scheidsgerecht

 

Artikel 23

 

1. Het scheidsgerecht is bevoegd uitspraak te doen over zijn eigen bevoegdheid, met inbegrip van enigerlei bezwaren met betrekking tot het bestaan of de geldigheid van de arbitrageovereenkomst.  Te dien einde wordt een arbitrageclausule in een contract geacht een zelfstandige overeenkomst te zijn, onafhankelijk van de overige contractsbepalingen.  Een beslissing van het scheidsgerecht dat het contract nietig is, heeft niet automatisch de ongeldigheid van het arbitragebeding tot gevolg.

 

2. Een exceptie van onbevoegdheid moet uiterlijk in de eerste memorie van de verweerder worden opgeworpen, of indien zij betrekking heeft op een tegenvordering of een vordering strekkende tot schuldvergelijking, in het daarop volgende antwoord.  De omstandigheid dat een partij een arbiter heeft aangesteld of heeft deelgenomen aan de aanstelling van een arbiter, verhindert niet dat zij een exceptie van onbevoegdheid opwerpt.  Een exceptie van bevoegdheidsoverschrijding moet worden opgeworpen zo spoedig mogelijk nadat de aangelegenheid waarvan wordt aangevoerd dat ze een overschrijding van bevoegdheid uitmaakt zich voordoet. Het scheidsgerecht kan n.a.v. een exceptie van onbevoegdheid of een exceptie van bevoegdheidsoverschrijding een aanvullende memorie toelaten, indien het oordeelt dat de vertraging verantwoord is.

 

3. Het scheidsgerecht mag uitspraak doen over een exceptie als bedoeld in lid 2, hetzij in een tussenuitspraak hetzij in een einduitspraak.  Het scheidsgerecht mag de arbitrageprocedure voortzetten en een uitspraak wijzen, ook wanneer een vordering m.b.t. ontstentenis van rechtsmacht van het scheidsgerecht aanhangig zou zijn voor een overheidsrechtbank.

 

Aanvullende memories

 

Artikel 24

 

Het scheidsgerecht beslist welke aanvullende memories, benevens de eerste memorie van de eiser en de eerste memorie van de verweerder, van de partijen worden verlangd of aan hen worden toegestaan.  Het scheidsgerecht bepaalt de termijnen voor de mededeling van de aanvullende memories.

 

Termijnen

 

Artikel 25

 

1. Het scheidsgerecht kan, op elk gewenst moment, na uitnodiging van de partijen om hun standpunt uiteen te zetten, enige termijn voorgeschreven door dit Reglement, bepaald door het scheidsgerecht, of overeengekomen tussen de partijen, verkorten of verlengen.  Bij tegenstrijdigheid tussen dit lid en enig ander lid van dit artikel of dit Reglement, heeft dit lid voorrang, behalve dat een verlenging van de termijn om uitspraak te doen, niet het voorwerp hoeft uit te maken van enig debat.

 

2. De termijnen bepaald door het scheidsgerecht voor de mededeling van memories zijn in beginsel niet langer dan 45 dagen.  Het scheidsgerecht mag de termijnen echter verlengen wanneer het dit passend acht.  De gevolgen van overschrijdingen van de termijnen voor de indiening van het antwoord op de kennisgeving van arbitrage evenals voor memories worden beheerst door artikel 30, lid 1, onverminderd toepassing van artikel 32, lid 4, ingeval van geringe termijnoverschrijdingen waar het procesverloop niet door werd verstoord zodat, volgens de onaantastbare beoordeling van het scheidsgerecht, het normdoel bereikt werd.

 

3. Het scheidsgerecht doet uitspraak binnen een termijn van één maand na de sluiting van het debat, tenzij indien het scheidsgerecht voorafgaand aan de sluiting van het debat, met instemming van alle partijen, een andere termijn bepaald heeft.

 

4. De termijn bedoeld in lid 3 kan op initiatief van het scheidsgerecht tijdens het beraad maximaal één keer verlengd worden met één maand.  Indien de financiële inzet van de zaak, naar eigen goeddunken van het scheidsgerecht, 25 miljoen euro overstijgt, is daarenboven maximaal een tweede verlenging met nogmaals één maand mogelijk.  Het scheidsgerecht brengt dergelijke verlenging of verlengingen ter kennis van de partijen uiterlijk op de laatste dag van de termijn zoals die zou verstreken zijn zonder dergelijke verlenging.

 

 

 

.

CEDIRES

 Center for Dispute Resolution